Inkijkjes

Het leuke van mijn werk is dat ik op zo ongelofelijk veel plekken een kijkje in de keuken heb mogen nemen. Niet alleen een enorme diversiteit aan sectoren en soorten bedrijven maar ook van hele grote tot hele kleine organisaties zijn hierbij de revue gepasseerd. De laatste jaren heb ik door het begeleiden van vele dialogen ook nog een doorkijkje in hele sectoren gekregen. Daarnaast heb ik zelf in diverse functies op evenzo diverse plekken gewerkt, zowel voor organisaties, als voor mezelf.

Dwars door al deze doorkijkjes en inkijkjes en ervaringen lopen een paar rode draden, een paar rode draden met hele heldere en af en toe universele verlangens die ik de moeite van het delen waard vind. Al was het maar om er weer opnieuw de aandacht ie het verdient te geven.

Rust en ruimte

De eerste rode draad is het vrijwel universele verlangen naar rust, ruimte en stilte. Na vrijwel iedere dialoog krijg ik, maar ik hoor het ook van andere dialoogbegeleiders, terug dat men het zo enorm fijn heeft gevonden om echt even de tijd te nemen voor elkaar. Niet alleen tijd voor elkaar is een belangrijk gegeven maar ook het feit dat men tijd en ruimte heeft en ervaart om dat wat men graag wil delen zorgvuldig kan en mag formuleren. Er is gewoon ruimte om er even over na te denken, ruimte om met elkaar te reflecteren. De rust werkt vaak louterend en geeft paradoxaal genoeg juist energie om uitdagingen aan te gaan

In de veilige setting van een dialoog kan men overigens ook de kracht van openheid en kwetsbaarheid weer heel sterk ervaren. Iedereen mag er zijn met zijn of haar ervaringen en men voelt de gelijkwaardigheid en de kans om door gewoon aandachtig te luisteren er even voor elkaar te zijn.

Open onderzoekend samenwerken

Dit komt voor mij een beetje samen in de tweede rode draad, de diepe wens om in open verbinding de dingen samen aan te pakken, samenwerken. Deze wens is soms enorm frustrerend omdat er nogal wat obstakels kunnen zijn om dit te realiseren. Soms is er frustratie omdat het gewoon niet mag vanwege regels (!), soms is er frustratie omdat het niet lukt omdat men tegen elkaar uitgespeeld wordt, soms is er frustratie omdat de doelstellingen zelfs binnen organisaties tegengesteld kunnen zijn. Af en toe is het ook gewoon een menselijke eigenschap om je eigen belang voor dat van een groep te laten gaan. Vrijwel altijd echter zit de diepe wens om dingen samen aan te pakken er onder.

De open onderzoekende houding is een belangrijk onderdeel van deze wens. Heel vaak heb ik mensen op allerlei niveaus in een grote verscheidenheid aan organisaties het verlangen hiernaar uit horen spreken. Geen gedoe meer met geheime agenda’s, geen vooringenomenheid, geen beter weten maar het onderzoek samen naar hoe we het het beste zouden kunnen doen.

Leren van elkaar

En dan is er nog een derde rode draad, het enorme verlangen om van elkaar te leren, om kennis, inzichten en ervaringen te delen. Als je na gesprekken, over de toekomst van een organisatie of de toekomst van een sector of over hoe we dingen beter kunnen doen, het net ophaalt dan komt er vrijwel zonder uitzondering altijd de wens om kennis te delen naar voren. Iedereen wil leren, niemand uitgezonderd is een vrij stellige overtuiging die mede hierdoor bij mij is gaan leven. De crux zit hem volgens mij in de manier waarop, niet iedereen leert op de dezelfde manier.

De paradox is voor mij dat er juist veel gesproken wordt over lerende organisaties en een leven lang leren en de daarbij behorende gewenste houding. En daar zit nou juist de clou, dat is de geïnstitutionaliseerde vorm waar niet iedereen zin in heeft. Als ik echter met een groep mensen in dialoog ben en men krijgt de ruimte om ervaringen te delen dan leidt dat regelmatig tot directe leermomenten en met grote regelmaat tot vervolgafspraken om nog beter uit te wisselen hoe men iets heeft aangepakt.

Tijd

Toen ik onlangs oud collega Michiel Verheij kort telefonisch sprak was het feit dat we bij Syntens regelmatig de tijd namen voor kennisdeeldagen een van de voor hem meest betekenisvolle onderdelen van zijn tijd bij de organisatie. Een belangrijk neveneffect van deze dagen was ook dat collega’s elkaar beter leerden kennen en dus vinden en inzetten, ieder op zijn of haar toegevoegde waarde. Het vergrootte de onderlinge verbinding van de organisatie.

Wat ik veel meen te bespeuren echter is dat voor dit soort zaken steeds minder tijd gemaakt wordt. In de alsmaar toenemende productiedrang en steeds individueler wordende targets wordt deze menselijke behoefte tot leren (en verbinding) steeds minder onderkend. Leerprocessen zoals kennis-deeldagen worden vakkundig uit veel organisaties gesloopt. Het is onder andere in dit kader dat ik vaak refereer aan de houthakker die geen tijd maakt om zijn bijl te slijpen omdat hij nog zoveel bomen moet omhakken…. Iedereen wil graag een lerende organisatie maar de bereidheid om er in te investeren is gering.

Slijpen

Het belangrijkste dat nodig is om het lerend vermogen van een organisatie naar een hoger niveau te tillen is het vrijmaken van de tijd, voeg daar de rust en de ruimte om met elkaar het gesprek aan te gaan aan toe en je hebt een ijzersterke basis. Alles wat er hiernaast nog georganiseerd wordt voegt alleen maar meer waarde toe. Wanneer slijp jij je bijl weer eens?